Door Fons Verdonck
Een keer in de zeven jaar is het weer zover: de kleren worden van zolder gehaald, het dorp wordt gebouwd, er verrijst een heus kasteel en de draak mag weer van stal. In het Limburgse Beesel maakt men zich op voor het Draaksteken, dat wordt opgevoerd in de vorm van een groot spectaculair openluchtspel. Draaksteken heeft een lange geschiedenis en wordt volgens vele Beeselnaren al 'sinds mensenheugenis' gespeeld. De laatste uitvoering vond plaats in 2002, en inmiddels is de verantwoordelijke organisatie,
de Stichting Draaksteken Beesel, al weer bezig met de voorbereidingen van de uitvoeringen in 2009.
Het Draaksteken in Beesel is gebaseerd op de legende van Sint Joris en de draak. Joris of Georgius werd geboren aan het einde van de derde eeuw in Cappadocië, gelegen in het huidige Turkije. Georgius was een edelman en diende als officier in het Romeinse leger onder keizer Diocletanius. Georgius was christen en raakte daardoor in de problemen. Hij bleef zijn geloof trouw, maar moest dat met de dood bekopen. Joris stierf als martelaar in 303. twintig jaar later werd hij heilig verklaard tijdens het concilie van Niceace en kreeg hij een plaats op de heiligenkalender.
23 april is de dag waarop Sint Joris herdacht wordt.
Legende
Opvallend is dat in de vroege levensbeschrijvingen van Sint Joris geen gevecht met de draak voorkomt. De legende was toen waarschijnlijk wel bekend, maar werd tijdens het tweede concilie van Niceace in 787 onder de apocriefe geschriften geschaard. Tijdens de kruistochten, aan het einde van de elfde eeuw, werd de legend weer actueel. Kruisvader Godfried van Bouillon stelde zijn leger onder bescherming van Sint Joris. De heldhaftige Sint Joris, die tegen de boze draak streed, was een voor de hand liggende symbool voor een edelman die tegen het ?kwaad? van de islam ging strijden in het Heilige Land.
In de beeldende kunst verschijnt Sint Joris met de draak pas vanaf de veertiende eeuw als beeldhouwwerk en op schilderijen. De populariteit van het verhaal van Sint Joris en de draak kwam vooral door de publicatie van de Sint Jorislegende in de Legenda Aurea van Jacobus de Voragine.
Dit standaardwerk verscheen in de tweede helft van de dertiende eeuw.
Het verhaal, zoals De Voragine (circa 1230-1298) het optekende, ging over de stad Silena in het tegenwoordige Libië, die bedreigd werd door een giftige draak. Het vervaarlijke monster huisde in een poel en kon alleen op afstand gehouden worden door het dagelijks twee schapen te voeren. Omdat het aantal schapen snel slonk, werd men gedwongen dagelijks ook een kind te offeren. Door loting bepaalde men welke jongen of welk meisje dit droeve lot zou treffen. Op zekere dag viel het lot op de enige dochter van de koning. Op het moment dat de prinses bij de drakenpoel arriveerde en de draak op het punt stond de prinses met huis en haar te verslinden, verscheen plotseling Sint Joris te tonele. Hij ging de strijd aan en versloeg na een heroïsch gevecht de verschrikkelijke draak. Sint Joris sprak na zijn overwinning de mensen toe: "De Heer heeft mij gezonden. Gelooft in Christus en laat u dopen". Die dag bekeerde de koning zich tot het Christendom en lieten ook de bewoners van de stad zich dopen.
Door zijn populariteit werden in de Middeleeuwen veel kerken en kloosters naar Sint Joris vernoemd. Talloos veel organisaties en verenigingen kozen later Sint Joris tot patroon- of beschermheilige. De bekendste zijn schutterijen, broederschappen en scouts. Echter, ook in het buitenland, zoals in Engeland en Spanje, werd Sint Joris een populaire patroonheilige.
Draaksteken Beesel
De legende van Sint Joris en de draak werd aanvankelijk in de vorm van een soort toneelspel uitgebeeld in processies. In meerdere Nederlandse dorpen hielden schutterijen en broederschappen zo de herinnering aan het verhaal en de held levend. In eigen land is Beesel nu nog de enige plaats waar de legende als een groot openluchtspel opgevoerd wordt. Waarom het feest juist in Beesel bleef bestaan, is niet helemaal duidelijk. Het heeft een paar keer maar een haar gescheeld of het draaksteken was verdwenen.
Het schuttersgilde van Beesel heeft bij het draaksteken altijd een prominente rol gespeeld. In de zeventiende eeuw werd in Beesel een Sint Joris gilde opgericht, het tweede schuttersgilde, naast de in 1568 ontstane Sint Sebastianus schutterij. Het Sint Jorisgilde voerde jaarlijks in de processie het draaksteken op.
De oudste vermelding over het draaksteken in Beesel dateert uit 1736. Op kennismaandag verzamelde het volk zich in de gildekamer en zodra er voldoende mensen aanwezig waren verschenen Sint Joris en de draak ten tonele en werd de draak gestoken. Bij de opvoering zong men ook een ?Sint Joris liedeke?. Tot de Franse bezetting (1797-1813) vond het draaksteken zo elk jaar plaats. Daarna, tot ver in de negentiende eeuw, werd het spel nog maar om de paar jaar gespeeld.
Drie bedrijven
OP 9 mei 1864 wordt het draaksteken voor de laatste keer in zijn oude vorm opgevoerd. Na de fusie tussen de twee Beeselse schutterijen tot de Schutterij-Broederschap Sint Georgius en Sint Sebastianus begint een nieuwe episode in het draaksteken. Er werden steeds meer sprekende rollen in het spel opgenomen en op 27 augustus 1883 speelde men het verhaal voor het eerst in drie bedrijven: het temmen van de draak bij de Maas, de zegetocht naar en door het dorp en vervolgens de doodsteek op de Markt.
Daarna bleef het een tijdje stil rond het draaksteken. De opvoering van 1883 leek ook de doodsteek van het draaksteken in Beesel. De volgende uitvoering werd pas weer in 1902 gespeeld. Met variabele tussenposen vonden later opvoeringen plaats in 1911, 1919, 1926 en 1935. In het laatstgenoemde jaar werd het Uitvoerend Comité Draaksteken binnen de schutterij geformeerd. De organisatie bleef in handen van de schutterij was niet langer een voorwaarde om aan het spel mee te mogen doen. In 1981 werd de huidige Stichting Draaksteken Beesel opgericht. Deze stichting organiseert sindsdien het draaksteken ten dienste van de Beeselse schutterij.
Het comité uit 1935 kreeg de opdracht om het spel om de zeven jaar te organiseren. Waarom gekozen is voor een termijn van zeven jaar is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk is voor zeven jaar gekozen, omdat dit getal een bijzondere betekenis heeft binnen de katholieke kerk. Zo vinden bijvoorbeeld de heiligdomsvaarten in Susteren en Maastricht ook eens in de zeven jaar plaats. Ongelukkigerwijs kon door de Tweede Wereldoorlog het spel in 1942 geen doorgang vinden. In 1946 werd het draaksteken in ere hersteld. Het spel stond toen in het teken van de restauratie van de verwoeste toren van de Sint Getrudiskerk.
Bron: Traditie, voorjaar 2008

