BEESEL/VOLKEL - "Proberen?'', vraagt directeur Ton Derks van het Billy Bird-recreatiepark in Volkel. Zelf stapt-ie boven op de Splash ook in een bootje, om in vliegende vaart over de glijbaan omlaag te stuiteren.
Het is een kwestie van kiezen, vindt Ton Derks: óf zelf een keten vormen, óf ooit worden opgeslokt. Dat laatste wil hij zeker niet. Daarom wil hij zijn Billy Bird-recreatiepark in Volkel elders kopiëren. Een van de mogelijke locaties ligt langs de toekomstige A73 tussen Reuver en Beesel. De baas van het Volkelse recreatiepark Billy Bird leidt je met genoegen rond over het terrein. Hij onderbreekt zijn uitleg alleen om een verdwaald propje op te rapen en in een bak te mikken. Het ziet er netjes uit rond de uitgestrekte waterplas waarmee het zeventien jaar geleden begon. Derks (43) en zijn vrouw startten in 1986 de exploitatie van de zandafgraving Hemelrijk, aan de rand van Volkel. Twee oude klaslokalen deden dienst als café en cafetaria. Er kwam een hek rond de plas en de uitbaters gingen entree heffen voor de waterrecreatie.
Het echtpaar wilde méér, maar wat? Door het vliegverkeer op de nabijgelegen basis was een camping niet haalbaar. Andere ideeën kregen vastere vorm na een bezoek aan Amerika in 1990. ,,Daar zag je de family entertainment centers opkomen. Goede initiatieven, met soft play klimtoestellen, spelletjesautomaten en horeca. Maar met een steriele, cleane uitstraling. Dat zouden Nederlanders niet gezellig vinden. Ik tenminste niet.''
Derks ontwierp zijn eigen speelvoorzieningen. Het leidde tot een buitenspeeltuin, een binnenspeeltuin met mini-kermisattracties in een oude kippenschuur. Later kwam er een grote nieuwe hal met een survival-hoek, aan een rail opgehangen traphelikoptertjes et cetera. De waterplas trok de eerste jaren gemiddeld vijftigduizend bezoekers. Na de opening van de speeltuin in 1993 verdubbelde dat aantal, en liep vervolgens nog op tot ongeveer driehonderdduizend. De afgelopen vijf jaar werd het park elk jaar met iets nieuws uitgebreid. Een goed seizoen staat garant voor een extra speelgelegenheid het jaar erop. ,,Dat is voor mij de lol: het creëren van plekken waar mensen plezier hebben.
De attracties zijn niet te vergelijken met het grote geweld in parken als De Efteling. Maar in combinatie met het water en het strand blijken ze voor een ijzersterke formule te zorgen.
Derks besteedt veel aandacht aan de sfeer op het park. ,,Je moet het gevoel hebben dat het fijn is om hier te vertoeven. Kijk bijvoorbeeld naar de uitstraling van de Splash. Zo'n baan is misschien redelijk gewoon, maar normaal staat-ie op ijzeren poten. Dat ziet er na tien jaar niet meer uit. Wij hebben er een heuvel van gemaakt en daarop groen aangeplant. Die natuur is over tien jaar nog mooier dan nu. De overkapping van het wachtgedeelte is geen standaardhokje van damwand. Dit is allemaal eiken, en er liggen pannen op die honderd jaar oud zijn.'' Boven op de 'hooiberg' -in die vorm is een spannend touwenparcours uitgevoerd- wijst Derks naar de overkant van de plas: daar ligt nog een stuk naaktstrand. Gezinnen hebben op het domein hun eigen zwemplek, nabij de speeltuin. En op veilige afstand van de drukte is een kunstmatige wand te vinden waar meer dan honderd paartjes van de oeverzwaluw broeden. Deze vogel is de Billy Bird die als symbool dient voor het park. Hij is al aardig gevorderd met onderhandelingen in Beesel en heeft ook goede hoop dat het in Cranendonck gaat lukken. ,,We kunnen vertellen dat in de gemeente Uden één op de drie inwoners bij ons een abonnement heeft. Dat geeft aan wat zo'n park voor de omgeving kan betekenen.'' (GPD)
Bron: Dagblad de Limburger, dinsdag 4 november 2003
